Psychologische begeleiding voor artsen

In onze opleiding hebben wij meerdere malen in theorie geleerd hoe we een persoon moeten reanimeren. Nu zitten we in een omgeving waar we een dergelijke situatie kunnen tegenkomen, en veel van ons zullen tijdens de coschappen wel eens bij een reanimatie betrokken zijn.

In mijn laatste week van mijn coschap Interne Geneeskunde, net fris aan de start zeg maar, was mijn avonddienst op de SEH nog  maar net begonnen toen de meest gevreesde pieper van het ziekenhuis af ging (zoals beschreven in De Dienstpieper): het reanimatiesein. Enthousiaste co als ik was, en altijd in voor wat avontuur, rende ik uiteraard hard achter mijn arts-assistent aan naar de crashroom. Dit zou de eerste reanimatie zijn die ik bij zou wonen, dus ik vond het erg spannend. Eenmaal daar aan gekomen zag ik een georganiseerde chaos, maar ook flinke spanning. Ik had geen referentiemateriaal, maar ik voelde aan m’n klompen aan dat er iets aan de hand was. Mensen met verschillende kleuren hesjes liepen zenuwachtig heen en weer, in afwachting op de patient. En toen hoorde ik het: het ging om een kind. Dat maakt de situatie wel anders ja. Ik stond bij de deur toen de jongen binnen gereden werd, zijn ledematen paars en zijn borstkas gepompt door een machine. Dat beeld staat nog steeds scherp op mijn netvlies. Ik vermoedde het op dat moment al, maar inderdaad heeft hij het niet gered. Hij was elf jaar en is waarschijnlijk gestorven aan plotse hartdood. Ik heb na afloop als een soort zombie over de SEH gelopen. In de eerste instantie was ik verdoofd door de adrenaline en de knop die je om hebt gezet om er maar zoveel mogelijk van te leren. Tot een verpleegkundige vroeg of het wel goed ging met me, toen ging het knopje weer de andere kant op. Dit was een heftige ervaring voor me en ik heb de dagen erna met veel gemixte gevoelens rond gelopen. Ik heb lang getwijfeld of ik er met iemand over wilde praten, anders dan met de andere co’s, vrienden en familie. Er bestond voor mij een hoge drempel om er bij een arts van de Interne over te beginnen; ik had niet het gevoel dat die mensen voor mijn gevoelens open stonden, zowel niet bij de specialisten als bij de assistenten. Ik heb nog gedacht aan professionelere praathulp binnen het ziekenhuis, maar ik wist niet waar te beginnen anders dan de 9 te bellen. Uiteindelijk heb ik dit niet gedaan.

Een schokkende ervaring wordt gedefinieerd als een gebeurtenis die buiten het patroon van de gebruikelijke menselijke ervaring ligt en die duidelijk leed zou veroorzaken bij vrijwel iedereen. Anders gezegd, het is een gebeurtenis die zo aangrijpend is dat de persoon deze emotioneel moeilijk kan verwerken. Medewerkers van een ziekenhuis behoren tot een risicogroep om met een schokkende gebeurtenis geconfronteerd te worden. Wij als co dus ook.

Bij de definitie van een schokkende ervaring worden een aantal elementen genoemd die zo’n ervaring kenmerken. Het is een plotselinge en overweldigende gebeurtenis, waar je niks aan kan doen. Er is vaak sprake van een gevoel van machteloosheid, een sterk gevoel van onbehagen, en een acute ontwrichting van het bestaan. Daarbij zijn een hele rits symptomen die kunnen ontstaan, direct of soms pas na maanden. Lichamelijke klachten kunnen zijn: vermoeidheid, slapeloosheid, verhoogde spierspanning, hartkloppingen en verandering van seksuele behoeften. Psychische reacties omvatten concentratieproblemen, neerslachtigheid, boosheid, eenzaamheid, angst, verhoogde waakzaamheid, machteloosheid, prikkelbaarheid, en herbelevings- en vermijdingsreacties.

Schokkende ervaringen kunnen verbroederend werken, maar kunnen juist ook spanningen en conflicten opleveren. Hierdoor kan ook alcohol- of medicijngebruik toenemen. Verschillende artikelen beschrijven dat er onder artsen hoge cijfers van middelenmisbruik, burnout, depressie, en zelfs suicide zijn. Er zijn vele theorieen over de oorzaak van deze hoge cijfers, maar het lijkt toch vooral door de hoge werkdruk, grote verantwoordelijkheid, hevige emotionele belasting en werkgerelateerde stress te komen. Vaak worden deze problemen onbesproken gelaten. Op basis van mijn ervaring bij de kinderreanimatie tijdens mijn interne coschap was ik benieuwd hoe het gesteld is met de beschikbare psychologische hulp voor artsen. Naar mijn idee is de drempel hoog voor artsen om psychologische begeleiding te zoeken. Het wordt denk ik vaak beschouwd als soft of watterig, en dat past natuurlijk totaal niet bij het stoere imago van de arts. Sowieso heb ik het idee dat het tonen van emotie door artsen binnen hun beroepsgroep niet echt gewaardeerd en gesteund wordt, en dat daardoor psychisch lijden maar moeilijk erkend wordt.

Het is inmiddels vijf maanden geleden dat ik bij die reanimatie was maar ik denk nog regelmatig aan wat er gebeurd is en wat dat met me gedaan heeft. Ik zit momenteel bij de kindergeneeskunde en ook daar zoemt de casus ook nog rond. Ik heb even navraag gedaan bij de assistent van de kindergeneeskunde die ook bij de reanimatie aanwezig was, en zij wist toen niet dat er hulp beschikbaar was voor dit soort ervaringen, en hoe zij er eventueel aan zou moeten komen. Zij heeft dit uiteindelijk wel aangeboden gekregen via de kinderartsen, maar ze is er niet op in gegaan omdat gesprekken met familie en vrienden voldoende waren voor haar.

Veel ervaringen kunnen wij met elkaar delen en ook familie en vrienden zijn vaak goede steunpunten om heftige ervaringen te kunnen verwerken. Maar zulke ‘zelfbehandeling’ gaat niet altijd goed. Slechte verwerking kan serieuze consequenties op de lange termijn hebben en daarom is een snelle en adequate opvang heel belangrijk. Een snelle opvang is belangrijk om verschillende redenen. Ten eerste word je na een heftige ervaring heen en weer geslingerd tussen twee krachten: herbeleving en verdringing, waarbij het herbeleven van de ervaring juist heel belangrijk is voor een goede verwerking. Ook geeft het reconstrueren van de gebeurtenis weer structuur waardoor je weer grip kunt krijgen op je bestaan. Verder is het belangrijk dat je gewaarschuwd wordt voor de gevoelens en gedachten die de komende tijd ervaren kunnen worden, en vooral dat deze gevoelens en gedachten normaal zijn. Last but not least, snelle opvang laat je ervaren dat je de steun hebt van de organisatie en van je collega’s, en deze steun is nodig om de komende tijd door te komen. Idealiter vindt opvang van getuigen van een schokkende ervaring binnen 24 uur plaats, om zo snel mogelijk te kunnen beginnen aan een gezonde verwerking.

Ik vond in een artikel dat artsen dermate bang zijn voor stigmatisering, aanziensverlies en een mindere carriere dat zij uiteindelijk voor zelfbehandeling in alle stilte kiezen, met medicatie, alcohol of drugs. Zoals al eerder aangegeven lijkt er onder artsen dus geen klimaat te zijn voor vertrouwelijke psychologische hulpverlening binnen de medische beroepsgroep. Om erachter te komen hoe het in ‘mijn’ ziekenhuis er aan toe gaat en hoeveel hulp er wel wordt gezocht, heb ik alsnog de 9 gebeld en ben ik in contact gekomen met de bedrijfsarts. Hij vertelde dat hij niet vaak in aanraking komt met klachten als gevolg van een calamiteit, en als wel dan pas veel later. Meestal komt hij deze problemen alleen tegen in het kader van verzuimbegeleiding. De reden dat hij geen artsen en coassistenten ziet met deze klachten is dat wij en de specialisten niet in loondienst zijn van het ziekenhuis. Anders gezegd: wij mogen onze eigen boontjes doppen. Hij verwees mij wel door naar het intranet van het ziekenhuis, waar je met een beetje moeite en de juiste zoekwoorden een folder kunt vinden die heet “Hulp bij schokkende ervaringen”. Op zich een verduidelijkende folder, maar wil je praktische informatie dan is daar weer een ander los bestandje voor. De hoeveelheid resultaten van verschillende jaren en versies geeft voor mij aan dat psychologische begeleiding voor ziekenhuispersoneel misschien nog een beetje een ondergeschoven kindje is. Eerder was er nog een bedrijfsopvangteam, maar die bestaat al jaren niet meer. Nu is de opvang na een schokkende gebeurtenis de taak van de afdelingshoofden, en worden de meeste problemen dus binnen de maatschap afgehandeld. De leidinggevende verzorgt de eerste opvang, binnen 24 uur, met als doel het bieden van efficiente opvang en begeleiding, het voorkomen van chronische klachten en signaleren van verwerkingsproblematiek. Wanneer nodig, kan hij/zij de persoon verwijzen naar professionele hulp, die wordt geboden door een gespecialiseerd bedrijfsmaatschappelijk werker of psycholoog. Professionele hulp kan natuurlijk ook naar eigen behoefte aangevraagd worden, maar wordt meestal aangeboden wanneer lichamelijke en psychische reacties meer dan 3 maanden aanhouden en de persoon belemmeren in het functioneren. Dit kan door aanhoudende beleving (bv. pijnlijke gedachten, nachtmerries), aanhoudende vermijding (bv. verdringing van gevoelens, verlies van interesse, gevoel van vervreemding) of verhoogde prikkelbaarheid (bv. problemen met in- en doorslapen, snel schrikken, woede-uitbarstingen) zijn. Hoe dit in de praktijk wordt toegepast is nog maar de vraag. Het ligt waarschijnlijk aan het klimaat van de maatschap hoe er met zulke problemen omgegaan wordt. Binnen de medische beroepscultuur is er dus een klimaatsverandering nog om artsen te stimuleren open te staan voor hun psychisch lijden en op zoek te gaan naar hulp. Vanuit de opleiding zou hier al aandacht voor moeten zijn!

Advertisements

7 comments

  1. I read this, and I think.
    “OMG. You speak Dutch.”
    Ik heb zonder het te weten iemand gevolgd die mijn taal spreekt! Yay!
    Apart from that, I’m sorry to hear the effects of the incident that shocked you so deeply are still lingering. I have no experience in the field, but I’ve always been told that “doctors are the hardest patients”… An attitude of “doctors don’t get sick/never feel bad/…” is common, I think.

    1. Haha no way! I didn’t know either!

      I think you’re right about the attitude. And it’s partly true, too. For one, doctors are the hardest patient indeed. As a doctor, you have a responsibility over your patients and you can’t really get sick and take a day off. As a doctor, you have to be really sick to stay home for a day. That’s also for a large part due to the reigning culture, unfortunately.

      The second thing you mention, “doctors never feel bad”, is also partly true. Not that ‘we’ don’t feel bad. ‘We’ do. I do for sure, and I know my student colleagues do. However, there are a few things that make you look like you don’t care, and you have to actively show that you do actually care. First, you actually get used to people getting sick and the horrible stories of some poor patients. In the beginning of rotations, the stories of the hospital were in my mind all the time. I fell asleep with them, even had dreams/nightmares. Now, I’m able to shut it off.
      Second, time is limited. You don’t have time to stand still and think about the bad situation of the patient. At least not longer than necessary to provide good care. Personally, I would rather have more time and less patients maybe, so I can actually stop and take a moment to think about something, also for my own psyche.

      How do you experience the above with your doctors?

      1. With my own doctors (mostly psychiatrists) I definitely notice it. It’s perhaps even more noticeable because of the matters discussed; they treat you like a case study, not like a person. I suppose they have to, just to protect themselves from the stuff they have to deal with, but it’s rather obvious.
        I don’t know about other branches of medicine, but the factory mentality (as many patients as possible in as little as possible time) isn’t the best way to treat psychiatric patients. When you divulge your trouble, fears and desires to someone, you hope for something else than “okay, next”, and unfortunately that’s what you often get, in slightly more polite wording.
        I hear stories from both sides, patients who got neglected and doctors who get completely overworked; I don’t think it’s the people as much as it is the system they have to function in.

      2. That’s a shame to hear. In psychiatry I believe it’s especially important to be someone your patient can trust if you want them to pour their hearts out. I guess it’s the system indeed. I cannot believe people became a doctor to “next” all their patients (the majority at least).. As a student you begin with all your ideals, but even now – after a couple of rotations – I see them slowly breaking. Not because I cannot or do not want to hold on to them, but because the current rock-solid system doesn’t allow for them. Still, I really hope that with some perseverance I can actually be the kind of doctor I wanted to be when I started. And generations before me are slowly starting to change the culture and the system, so who knows..

      3. As long as there are people with ideals, there is hope. Change might come slowly, but it will come in the end, it always does. I hope you can be the kind of doctor you want to be and be kind to your patients. Everything starts with one person who refuses to give up, after all.

  2. […] the hospital and some subsequent literature research. It’s an improved written version of a presentation I did during my rotations. It was first published on paper last June, and now it’s available […]

  3. […] #1: A while ago I posted a Dutch article here. Based on the presentation I gave during my rotations, I did some more literature research and […]

Any thoughts?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: